De Alchiba was verkocht en na een weekje thuis kreeg ik een telegram van kantoor
dat ik als lichtmatroos mee kon met de Markab N.een prachtig mooi scheepje, dat
was effe wat anders dan de Alchiba, met twee man in een mooie hut en geen gezeur
meer zoals ik dat als ketebinkie had meegemaakt, maar een heuse koksmaat/bediende
die de tafels dekte en afwaste.
We maakte hele mooie
reisjes, dat kwam ook mede doordat de Markab N een koel/vriesschip
was, meestal voeren we vanuit Engeland of Ierland met van het Griekse en Turkse
gedeelte van Cyprus ik schrijf nu 1956/57
Ik weet nog dat er ,s nachts een sleepboot die achter ons lag werd opgeblazen
het grootste gedeelte ervan lag op de kade.
Na het lossen van het vlees in Famagousta gingen we meestal naar Limmasol om
druiven te laden. Om nog even op homosexualiteit terug te komen op schepen had
je normaliter nooit geen problemen, maar als jong pikkie met je korte broek aan
in de landen rond de Middellandse zee konden ze ook nooit van je reet afblijven
nou had ik schijnbaar een lekker kontje (en nog!) en ik dorst toen ook nog niet
van me af te bijten,
maar in Limassol waar we buiten voor anker lagen te laden duiker op Cyprus tegenkomt!.
Meestal laadden we een paar honderd ton druiven op Cyprus en gingen we nog wat
Griekse eilandjes af daar 30 ton citroenen en daar 100 ton sinasappelen tomaten
etc,
het waren net cruisereisjes en je lag overal wel een paar dagen.
Aan boord heerste een uitstekende sfeer.Er waren ook meer mensen aan boord dan
op een normale coaster van die grote dit i.v.m.extra machinisten t.b.v.de koelinstallatie.
De Markab N.in 1952 bij van Vliet &Co te Hardinxveld opgeleverd groot 590 ton dw.en in 1958 verkocht aan N.V.Maatschappij Zeevaart (Hudig en Veder) gezonken in Chittagong en daar in 1992 gesloopt (bron Frank Haalmeijer en Ben Scholten) Het schip was toen al uitgerust met patentluiken heel modern voor die tijd.
Het is jammer dat ik slecht ben in het onthouden van namen, een paar weet ik er nog wel de kapitein heette de Boon of zoiets, zijn vrouw voer ook nogal eens mee met hun zoontje wat toen zo rond een jaar oud was, het zindelijk maken op een potje was hun grootste bezigheid en dat moest meestal op de brug gebeuren, maar het lukte van geen kanten waar op de kok een keer van ontbijtkoek een grote drol had nagemaakt en die in een onbewaakt ogenblik in het potje had gelegd, toen pa en ma dat zagen was het heel de morgen van wat ben je een grote jongen etc. We hadden ook eens een lading ingevroren schapen en de kapitein vroeg ons een schaap een beetje weg te stoppen zo dat de bootwerkers die over het hoofd zouden zien, dit zou het voedingsgeld ten goede komen maar er was een goede tallyman en die miste een schaap, en zo als het een goede Groninger betaamt begon zijn geweten te knagen, en een uurtje later zagen we hem lopen met een schaap op zijn nek naar de opslagloods ja,ja.
De 1e stuurman was een Vlaardinger Rinus Visser die mij een beetje als zijn beschermeling zag . Ik weet nog dat ik voor het eerst een nachtje was weg gebleven en kreeg toen behoorlijk van hem op me donder, en de gasten die me mee hadden genomen helemaal.
De kok heette dacht ik Dik Dillen en kwam de Fruithandelaar /bevrachter aan
boord en die zaten meestal op het achterschip, wij zaten dan in een opgeschoten
tros te roeien en de kok zat met een koekepan urenlang voor het kluisgat met
de koksmaat er naast met een mes in de aanslag of hij zat de koksmaat achterna
met een hakbijl die gillend met rode kleurstof in zijn haar over het dek rende.
Op zekere dag, we lagen in Ierland kreeg de kok een blinde darmontsteking en
moest het ziekenhuis in, en de koksmaat werd kok niet lang ! want iedereen liep
te klagen over het eten toen we weer terug kwamen in Engear geen kok.en die
ouwe kwam op het lumineuze idee om mij kok te maken ik kwam tenslotte uit een
groot gezin waar altijd meegeholpen moest worden en had wel eens toen ik nog
op school zat in mijn vrije tijd in een bakkerij gewerkt. Dus was ik van de een
op andere dag van matroos o/g Chefkok/hofmeester en had ook nog een koksmaat/bediende
tot mijn beschikking dit was zo i.v.m.het grote aantal mensen aan boord.
Het eten koken ging prima, maar ik moest ook zelf brood bakken, brood opmaken
kon ik wel maar van verhoudingen tussen meel en gist wist ik niets de eerste
broden waren dan ook ongeveer een halve meter hoog, tot ik op zekere dag bij
de kok in de la een recept vond, daarna ging het goed.,s Zondag was er altijd
wat lekkers ging ook dat goed.
Maar het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen.Ik liep natuurlijk geen
wacht meer en was ,s avonds vrij dus was er meestal wel een feestje in mijn
hut, als hofmeester ging ik ook over het bier, en op zekere avond ik kom net uit
de proviandkamer met een kist bier en een halve kaas onder mijn arm, dit om
de feestvreugde te verhogen die ouwe tegen hij kon gelukkig wel lachen en zei
tegen mij volgens mij kan je maar beter weer aan dek gaan varen, en gelijk had
tie.
Maar het was wel een mooie ervaring geweest.
We hadden nog een 2e machinist Jaap van Beelen
De 2e stuurman wiens naam ik kwijt ben, hij was toen zo begin twintig een grote
blonde vent daar kon ik goed mee overweg liepen samen de hondewacht en gingen
samen weleens de wal op.En hadden samen in de nacht bij helder weer in de Middellandse
Zee de rijkste fantasieen.
Een leuke anekdote, zoals iedereen die gevaren heeft wel eens zal hebben meegemaakt
want varen maakt je geestelijk rijk en de vruchten ervan pluk je je hele leven.Vele
jaren later ik was toen Chef van de Operationele dienst bij Frans Swarttouws
Havenbedrijf in Rotterdam Botlek komt er een hoofdbaas bij me op kantoor en
zegt Jan er ligt een bootje aan de kade buurman was niet te vermurwen en in
eens zie ik een blonde kop op de vleugel en denk die vent ken ik dus naar boven
en zeg Kaptein hebben wij niet samen op de Markab N.gevaren ja zeg tie als
2e stuurman, weet je nog dat we samen op de brug fantaseerde toen eigenlijk nog
jongensachtig, van hier vaart de Markab N met op de brug de twee dappere zeelui
etc.etc.We hebben nog wat zitten babbelen en een pilsje gedronken en vertelde
waar ik eigenlijk voor kwam hij liep naar buiten en riep stuurman we moeten
gaan verhalen. Toen ik van boord stapte keken de hoofdbaas en de stuurman mij
verbaasd na.
De Markab N een schattig scheepje en een mooie tijd.
Jan Visser.